Toon Aerts kijkt uit naar de Polderscross !!

In Kruibeke begon het sprookje voor Belgisch kampioen Toon Aerts

Wat wenst Belgisch kampioen Toon Aerts zichzelf toe, bij de start van het veldritseizoen? Een campagne zonder conditionele dipjes, eerst en vooral. En goed scoren in de klassementen, terwijl hij de hele tijd door nét dat tikje extra in huis wil houden voor als de kampioenschappen op stapel staan. Plus de hulp van de weermaker, als dat zou kunnen. “Zon in de week als ik ga trainen, en vanaf vrijdagnamiddag tot en met zondagavond bakken regen.”

Toon Aerts heeft het liever niet over het feit dat Wout van Aert deze winter mogelijk niet of nauwelijks als veldrijder kan aantreden. En ook de laattijdige intrede van Mathieu van der Poel – de wereldkampioen begint pas diep in oktober aan zijn wintercampagne – is niet echt een gespreksonderwerp dat de Belgische kampioen inspireert tot grote uitspraken. “Ik denk dat ik al een keer of honderd heb moeten antwoorden op die vragen. De tol van de roem, zeker? Sinds ik Belgisch kampioen ben lijkt het wel of ik altijd en overal ergens een mening over moet hebben. Zeg nu zelf… Hoe kan ik in godsnaam voorspellen of de afwezigheid van Wout en Mathieu een weerslag zal hebben op de belangstelling van het publiek? De ervaring leert dat die in het begin van het seizoen altijd wisselvallig is, ook als van Aert en  van der Poel wél meedoen. Pas rond de eindejaarsperiode rukt het publiek altijd massaal uit. In mijn ogen is het nooit anders geweest.”

Hooggespannen verwachtingen

Of Toon Aerts het nu leuk vindt of niet, feit is wel dat iedereen bij de afwezigheid van de nummers één en twee op de UCI-ranking in de eerste twee competitiemaanden nu automatisch in zijn richting zal kijken. Alleen winnen lijkt goed genoeg voor de Kempenaar.

“Ik besef best dat iedereen nu méér van me gaat verwachten. Dat is niet eens abnormaal, want dat hoop ik zelf ook. Als ik nu al vrede zou nemen met een doorslagje van de resultaten van vorig seizoen, hoe goed dat ook was, dan zou dat van weinig ambitie getuigen. Vorig jaar stond ik 32 keer op het podium na afloop van een veldrit. Slechts zes keer lukte me dat niet. En toch kan er nog rek op zitten, als ik een aantal ereplaatsen kan inruilen voor wat extra overwinningen. Je hoort als sportman altijd te streven naar meer en beter.”

Toon Aerts gelooft trouwens niet dat de komende weken een wandelingetje in het park worden. Dat zou de rest van zijn tegenstanders oneer aandoen. “Eerst en vooral: mijn conditiepeil is goed genoeg om in elke cross waarin ik aan de start verschijn mee te doen voor het podium. Maar wie zegt dat er geen concurrenten zijn die specifiek gepiekt hebben naar de aanvangsperiode van het seizoen, omdat ze denken dat het door de afwezigheid van Wout en Mathieu net iets makkelijker wordt om ‘prijs te rijden’? Ik besef best dat de écht grote wedstrijden pas vanaf de Koppenbergcross beginnen, maar misschien denkt niet iedereen er hetzelfde over, wie weet?”

Geen grote veranderingen

En toch… Net omdat de vorige campagne zó goed was werd de voorbije maanden copy-paste gedaan wat de aanloop naar het nieuwe veldritseizoen betrof. “Wat goed is hoor je niet te veranderen. Hier en daar pas je natuurlijk altijd wat kleine dingen aan, omdat de winst die je hoopt te boeken vaak in de details zit. Zo verschoof ik mijn schoenplaatjes een eindje naar voor op de zool, omdat tests uitwezen dat ik dan een betere positie op de fiets zou krijgen. Op training viel het deze zomer allemaal mee, maar pas als je er een aantal crossen mee afwerkt kan je écht zeggen of die ingreep wérkt. Om maar te zeggen: je kan als renner ook beter worden door breder te kijken dan alleen maar oog te hebben voor je fysieke groei als atleet. Je evolueert constant: je krijgt meer vertrouwen in je eigen mogelijkheden, bepaalde zaken qua techniek krijg je beter onder de knie, er is het surplus aan ervaring dat je maar blijft opbouwen….”

Er wordt op meer en beter gemikt. De dingen die Toon Aerts zelf in de hand heeft, daar wordt naarstig aan gewerkt. Maar om die ambitie hard te maken rekent de Belgische kampioen ook op een helpend handje van… de weergoden. “Ook al is dat na verloop van tijd steeds beter gaan verlopen, droge en snelle parcoursen zijn nog steeds niet helemaal mijn ding. Niet dat ik er de neus voor ophaal, maar ik kom nu eenmaal beter tot mijn recht als er een flinke portie modder op de omloop ligt. Het Belgisch kampioenschap in Kruibeke was daar een mooi voorbeeld van. Epische weersomstandigheden, gutsende regen en een centimetersdikke laag slijk. Als het aan mij ligt: meer van dat, de komende maanden. Al hoeven de hemelsluizen voor mij natuurlijk niet continu open. Ook ik verkies een prettig zonnetje en droge omstandigheden doordeweeks. Dat maakt het zoveel prettiger trainen.  (Lacht) Van maandagochtend tot vrijdagnamiddag droog weer, en regen nadien… Als dat niet te veel gevraagd zou zijn: graag!”

Kruibeke

Op 12 oktober staat Toon Aerts aan de start van de Polderscross, op de plek waar hij tien maanden eerder Belgisch kampioen werd. De start van een droom die tot op de dag van vandaag blijft duren. “Ik beschouw het nog altijd als een eer die trui te mogen dragen. Elke keer als ik dat shirt over mijn hoofd trek is er weer dat gevoel van fierheid. Toen ik als jonge renner begon had ik nooit durven dromen dat me zoiets te beurt zou vallen. En nu smaakt het alleen maar naar méér. Net daarom kijk ik zo uit naar de cross in Kruibeke. Niet alleen omdat die plek voor mij altijd een speciale betekenis zal hebben, maar ook omdat ik mezelf als Belgisch kampioen verplicht voel mijn trui zoveel mogelijk te ‘showen’. Ik wil blijven bewijzen dat ik het echt waard ben dat shirt te dragen, in elke wedstrijd waarin ik aan de start verschijn. Wat Kruibeke betreft: het zou dubbel mooi zijn die stelling te bewijzen uitgerekend op de plek waar dit sprookje begon.”