Menu

Polderscross is geen tussendoortje!

Sanne Cant wil zichzelf altijd en overal een waardige wereldkampioene tonen.
Tekst: Guy Vermeiren | Foto: Photopress

Winnen. Zo vaak mogelijk. Het maakt niet eens uit waar. De Sanne Cant die aan de start van de Polderscross verschijnt is dus gemotiveerd tot in de toppen van haar tenen. “Kan ook moeilijk anders als je wereldkampioen bent. Ik heb mijn jeugddroom waargemaakt door deze trui te pakken in Luxemburg. Dus ben ik het dit shirt verschuldigd om altijd het beste van mezelf te geven.”

Dagwinst in Prosperpolder. Een hoofdrol en een vierde plaats op het Belgisch kampioenschap. En als kroon op het werk een selectie voor het Europees kampioenschap in Denemarken. Sanne Cant zette de voorbije maanden ook als wegrenster een gevoelige stap vooruit. “Dat is van secundair belang, in principe. Maar het is wel een prettige vaststelling, zeker omdat ik het gevoel heb dat ik die progressie ook kan doortrekken in het winterseizoen. Wordt er niet altijd gezegd dat je als atleet op je best komt als je ongeveer 28 jaar bent? Wel, die kaap nadert stilaan, en ik heb het gevoel dat die vlieger ook voor mij opgaat. Ik heb gewoon meer kracht gekregen, en die vaststelling laat me toe me de komende maanden aan een drukke agenda te wagen. Zo zou het best wel eens kunnen dat ik eind februari de kaap van 50 veldritten dicht zal benaderen.”


Net die solide conditionele basis zet Sanne Cant ertoe aan geen concrete doelen voorop te stellen voor de komende maanden. Pieken naar één bepaalde periode is er voor de wereldkampioene niet bij. “Ik probeer goed te zijn van september tot en met februari. Ik was nooit te vinden voor het viseren van één bepaalde periode. Veel te riskant, naar mijn smaak. Als je probeert op je best te zijn voor de kampioenschappen en je maakt bepaalde mooie wedstrijden ondergeschikt aan dat doel en stel dan dat je ziek wordt… Waar sta je dan? Met twee lege handen. Daar heb ik absoluut geen zin in.”

Eén ding staat voor Sanne Cant als een paal boven water: anoniem meerijden is voor de wereldkampioene voltooid verleden tijd. Dat elke prestatie straks met een vergrootglas zal bekeken worden beseft de Lilse best. Al maakt het haar absoluut niks uit. “Het kan twee kanten uit als je de regenboogtrui draagt. Allicht zijn er renners die in een gelijkaardig geval continu gebukt zullen gaan onder de stress, omdat iedereen nu plots méér van je gaat verwachten. Aan die steen zal ik mezelf straks niet stoten, wees gerust. Het werkwoord ‘genieten’ staat voor mij de komende maanden voorop. Ik merkte de voorbije tijd al dat de wetenschap dat ik wereldkampioene ben me zelfs op training prikkelt om dieper te gaan. Kijk, ik wilde mijn carrière niet afsluiten zonder dat ik ooit die mooie trui om de schouders kreeg. En nu is het eindelijk zover? Wat zou ik dat fantastische gevoel gaan verpesten door continu met lood in de schoenen te gaan rondlopen? Nee hoor. Niet met mij.”


Van Eeklo over Kruibeke tot de Sluitingsprijs van Oostmalle… Overal viseert Sanne Cant slechts één ding: de winst. “Kijk, ik weet perfect waar ik sta als renner. Ik ken mijn plaats in het peloton. Pak ik naast winst, dan ben ik ontgoocheld. Moeilijker maak ik het niet. Ook in Kruibeke kan je wat van me verwachten. Een mooie, goed georganiseerde cross. En dubbel interessant omdat er in de nabije toekomst een Belgisch kampioenschap wordt georganiseerd. Zoveel meer dus dan een doordeweeks tussendoortje.”

Sanne Cant Polderscross Kruibeke

Michael Vanthourenhout rekent in slotronde af met Wout van Aert

Michael Vanthourenhout heeft in Kruibeke de Polderscross gewonnen. De West-Vlaming pakte bij de laatste balkenpassage een paar meter voorsprong op wereldkampioen Wout van Aert, winnaar van de vorige twee edities, en gaf die niet meer prijs. Corné van Kessel mocht als derde mee op het podium.

Het werd een mooie editie van de Polderscross. Veel toeschouwers en een pak renners met naam en faam aan de start, inclusief Wout van Aert. Na een nachtje met de nodige regenval was het parcours in de namiddag toch goed opgedroogd, waardoor het publiek een snelle en spannende wedstrijd kreeg voorgeschoteld. Het duurde trouwens lang vooraleer de beslissing viel. In de eerste koershelft waren er veel positiewissels, al waren vooral Michael Vanthourenhout en Wout van Aert toen al de steeds weerkerende namen voorin. “Bewust”, verduidelijkte Vanthourenhout achteraf. “Met ploegleider Danny De Bie en manager Jurgen Mettepenningen was afgesproken om de koers meteen hard te maken. Omdat morgen Zonhoven op het programma staat, bestond immers de kans dat Wout van Aert niet zou aandringen, maar dat was dus fout ingeschat.” Zowat elke aanval werd gecounterd door Van Aert, waardoor het steeds weer samentroepte. “Het was nodig om attent te blijven”, zei Vanthourenhout. “Vooral in de finishzone, waar iedereen naar voren probeerde te schuiven. Naarmate de wedstrijd vorderde, bleven echter toch de beteren voorin over.” En dat waren naast Vanthourenhout en Van Aert onder meer nog Jens Adams. Die sloeg net voor de finale een kloofje. “Een ideale situatie voor ons”, stelde Van Aert. “Maar Michael heeft echt de topvorm te pakken en liet niet begaan. Zo liep het opnieuw samen.” Toen in volle finale de wereldkampioen zelf versnelde, reden de twee met gemak weg van de concurrentie.

Balkjes beslissend


In de slotfase beslechtte Vanthourenhout het pleit in zijn voordeel. Bij de laatste balkjespassage bleef hij op de fiets en nam zo een paar lengten op de lopende Van Aert. “Ik wist dat Wout bij de balkjes afstapt”, aldus de West-Vlaming. “Daarvan heb ik optimaal geprofiteerd. Daarna was het kwestie om van bocht naar bocht te sprinten om hem af te houden.”


Van Aert was zichtbaar ontgoocheld. “Ik heb die balkjes verkeerd ingeschat. Normaal gezien kan ik daar goed op anticiperen, maar in die slotronde verloor ik er meer mee dan ik verwacht had. Dat kloofje dicht ik nog wel, dacht ik, maar op het schuine kantje geraakte ik in het verkeerde spoor en toen was het helemaal verloren.” Vanthourenhout maalde er niet om. “Na een mindere zomer vreesde ik een slechte seizoenstart, maar dat valt dus fantastisch mee. Hopelijk kan ik die vorm nog een tijdje aanhouden. Dit is alvast een mooie zege.”

Tom Meeusen: 'De maanden van de waarheid'

Fietst Tom Meeusen vanaf nieuwjaar qua status op voet van gelijkheid met Lars van der Haar bij Telenet-Fidea? Of neemt de Essenaar vrede met een rol als eerste luitenant van de Nederlander? De komende maanden zullen hem veel wijzer maken. “Ik wil duidelijk maken dat ik nog een flinke stap vooruit kan zetten. Dat zal nodig zijn, als ik kleppers als Van Aert en Van der Poel partij wil blijven geven.”

Tien jaar al maakt Tom Meeusen de dienst uit bij Telenet-Fidea. Aanvankelijk als aanstormend talent, later als mede-kopman naast onder meer Kevin Pauwels, Bart Wellens en Klaas Vantornout. De laatste paar jaar kreeg de Essenaar het gewicht van de hele ploeg op zijn schouders te torsen. En dat liep niet altijd van een leien dakje. “Omdat er niemand klaar stond om de verantwoordelijkheid mee te delen op momenten dat het je minder goed vergaat”, klinkt het. “Dus was ik al een tijdje vragende partij wat het aantrekken van een andere sterke renner aanging. Omdat het in mijn ogen niet langer zo kon zijn dat een team met de uitstraling van Telenet-Fidea bij de eliterenners zijn hele ziel en zaligheid bouwde op de schouders van één enkele renner. Dus ben ik erg blij met de komst van Lars van der Haar. Niet alleen omdat de Nederlander een echte topper is, ook en vooral omdat hij één van de renners is waar ik als persoon het beste mee kan opschieten. Dubbele winst, dus.”

Tom Meeusen sloot vorig seizoen af met vijf keer winst op de teller. Eén klassementscross (Loenhout) plus vier zogenaamd ‘losse crossen’ (Meulebeke, Ardooie, Rucphen en Lebbeke). “Twaalf maanden geleden lieten Van der Poel en Van Aert de concurrentie alleen maar kruimels. Dus kon ik niet ontevreden zijn met die oogst. Al kwam het feit dat ik vier keer won in kleinere wedstrijden me dan ook weer op een hoop kritiek te staan. Onterecht, wat mij betreft. Nogal wat mensen beseffen blijkbaar niet hoe moeilijk het is een koers te winnen. Want telkens verscheen er wel één van die twee toppers aan de start.”

“Kruibeke verdient BK”

Die cijfers bewijzen in elk geval dat Meeusen zich altijd en overal inzet, ongeacht waar hij aan de start verschijnt. “Ik probeer gewoon overal mijn best te doen. Daar hebben de organisatoren en de toeschouwers recht op. Voor mij is elke wedstrijd even belangrijk. Dus kan ik ook garanderen dat ik met de nodige motivatie naar Kruibeke kom, straks. Ook al was het vorig jaar de eerste keer dat ik aan de start van de Polderscross verscheen, ik hield meteen een goeie indruk over van die kennismaking. Er ligt daar een behoorlijk verraderlijk parcours op ons te wachten. Stukken waarin je behoorlijk wat snelheid kan maken worden afgewisseld met passages op de dijk. Als je tong al uit je mond hangt moet je nog eens op zoek naar een ‘zesde versnelling’. Behoorlijk pittig, en dus leuk om te volgen voor de toeschouwers. Want ik merkte vorig jaar al dat het publiek in Kruibeke echt niet veel over en weer hoeft te lopen om een perfect zicht op het wedstrijdverloop te houden. In 2019 organiseert Kruibeke het Belgisch kampioenschap, dat weet ik. Wel, ook voor mij zal het op dat moment uitkijken worden naar dat evenement. Want de omloop is een BK waardig.”

“Er zit nog rek op”

Als Tom Meeusen op zaterdag 15 oktober zijn naam voor het eerst op de erelijst van de Polderscross – voor het eerst een internationale veldrit - wil schrijven moet hij onder meer voorbij tweevoudig winnaar Wout van Aert. Of hij echt gelooft dat hij straks qua prestaties een eind dichter in de buurt van de wereldkampioen kan komen? Het antwoord is positief. “Er is een nieuwe wind gaan waaien bij Telenet-Fidea. Niet dat ik ook maar één slecht woord te melden heb over de manier waarop het team vroeger door Hans van Kasteren werd gerund, maar de Nederlander was naar mijn smaak toch meer bezig met het ‘soigneren’ van de sponsors dan met de coördinatie van de atletische ontwikkeling van zijn renners. Nu is Sven Nys het uithangbord van de ploeg geworden en houdt Sven Vanthourenhout zich nadrukkelijk bezig met de training van de rennerskern. Je merkt dat verschil, echt waar. Niet dat het me vroeger aan trainingsijver ontbrak. Wel integendeel. Maar wat ik deed was niet altijd even doordacht. Soms ging ik tekeer als een kip zonder kop. Van de twee Sven’en leer ik hoe je moet doseren. Wanneer je moet rusten, het moment waarop je wél voluit moet gaan. Ik maak me sterk dat dat me als renner nog een stap vooruit doet zetten. Ik ben 27 en in de vaste overtuiging ‘dat er nog rek op zit’. Aan mij om te bewijzen dat ik niet verkeerd zit met dat gevoel.”

Tom Meeusen Polderscross

Polderscross/Brico Cross Kruibeke denkt ook aan gehandicapten

De Brico Cross Kruibeke / Polderscross denkt vanaf dit jaar ook aan de toegankelijkheid voor mensen met een handicap. Zo zullen de minder mobiele bezoekers kunnen parkeren op de VIP parking van de Scheldelei te Kruibeke (uiteraard op vertoon van de gehandicaptenkaart). Van daaruit zullen zij met speciaal daarop voorziene shuttlebusjes - met mogelijkheid tot transport van rolstoellen - tot aan de ingang van het parcours getransporteerd worden. Veldrijden moet immers toegankelijk zijn en blijven voor iedereen, mobiel of minder mobiel!

Wout van Aert: 'Kruibeke heeft een streepje voor'

Hou je een sentimentele band met de plek waar je je allereerste zege als profrenner behaalde? In het geval van Wout van Aert is het antwoord op die vraag zonder meer positief. “De Polderscross in Kruibeke heeft voor altijd een speciaal plekje in mijn hart.”

‘Rewind’ naar oktober 2014. De regen heeft het parcours in de Kruibeekse polders loodzwaar gemaakt. De beste ‘baggeraars’ van het lot? Klaas Vantornout, Sven Nys en de toen 19-jarige Wout van Aert. De drie leiders geven mekaar geen duimbreed toe, tot van Aert in de slotronde versnelt. In een loopstrook laat hij de andere twee zijn beslijkte hielen zien om een paar minuutjes later dolblij over de finish te fietsen. Een zege die zorgde voor een ‘klik’ van jewelste in het hoofd van de Lillenaar, twee jaar later ’s werelds beste veldrijder geworden. “Je kan wel zeggen dat die zege me vleugels heeft gegeven”, klinkt het zoveel later. “Voordien had ik gemerkt dat ik niet gek veel moest onderdoen ten aanzien van de jongens die op dat moment in de crosswereld de lakens uitdeelden. Maar op de snelle omlopen die de wedstrijd in Kruibeke voorafgingen was het voor de gevestigde waarden zoveel makkelijker een jong talent als ik af te blokken. Als ik het me goed herinner was de Polderscross de eerste écht zware omloop die we in dat seizoen voor de wielen kregen. Het lot wilde het zo dat ik tot dat moment moest wachten om eindelijk mijn kaarten eens voluit op tafel te kunnen leggen.”

Sven Nys en Klaas Vantornout bogen op die dag voor de overmacht van Wout van Aert. De bevestiging dat ze dat later op geregelde tijdstippen zouden gaan doen kwam er al een tweetal weken later aan. “Toen won ik de cross op de Koppenberg en was het voor mij helemaal zeker dat ik het in me had om aansluiting te kunnen maken met de absolute top. Of Sven Nys, toen nog oppermachtig, me graag zag komen als concurrent? Ik mag veronderstellen van niet. Geen enkele gevestigde waarde ziet graag concurrentie opduiken. Al vermeld ik er tegelijk toch bij dat Nys en Vantornout sportief genoeg waren om me in het tentje bij de finish in Kruibeke meteen te feliciteren met mijn overwinning. Dat was een mooi gebaar van hen.”

Eén jaar later stond Wout van Aert helemaal bovenaan de affiche van de Polderscross. Zó snel ging het vooruit met de carrière van de Lillenaar, regerend Belgisch kampioen en de gelukkige eigenaar van de regenboogtrui. En opnieuw stond er geen maat op ‘Superwout’. De concurrentie kreeg een draai van formaat om de oren op een vernieuwd parcours, een omloop waarin van Aert zijn ei probleemloos kwijt kon, zelfs zonder een reeks zware ploeterstroken. “De organisatoren hadden een paar geslaagde ingrepen gedaan en maakten echt iets moois van het parcours. Vooral de imposante bruggenpartijen bleven me bij. Behoorlijk spectaculair om er als renner op te fietsen en een heus cadeau voor de toeschouwers. Het uitgestippelde traject maakte trouwens dat de fans zich niet of nauwelijks moesten verplaatsen om een flink deel van het verloop van de cross te kunnen zien. Dat was nog een van de dingen die me vorig jaar opvielen. En ik neem aan dat het met de volgende editie niet anders zal zijn.”

Dat er in januari 2019 een Belgisch kampioenschap wordt georganiseerd in Kruibeke maakt het er voor Wout van Aert alleen maar mooier op. “Omdat je nu eenmaal altijd een sentimentele band blijft hebben met de plek waar je je eerste succes tussen de grote jongens behaalde. Ik ben een renner die zich overal voluit geeft, waar hij ook aan de start verschijnt. Maar als ik echt eerlijk ben zijn er toch crossen die een klein streepje vóór hebben op de rest. Veel zijn dat er niet, maar Kruibeke hoort thuis in dat selecte rijtje.”