Voor Sanne Cant telt alleen de regenboogtrui !!

Wereldkampioene Sanne Cant hapt gretig in alweer een nieuw veldritseizoen.

Ouder en wijzer. Zo omschrijft Sanne Cant zichzelf. “Ik zet alle negatieve energie voortaan van me af. Ik focus liever op positieve dingen.”  Wat onveranderd blijft? De immer brandende ambitie en de doelstellingen. “Ik wil paraat staan van oktober tot eind februari. Met een conditiepiek richting kampioenschappen.”

“Ja en nee.” Het antwoord op de vraag of Sanne Cant blij is dat ze de beide Amerikaanse Wereldbekermanches links heeft laten liggen is dubbel. “Dat forfait werd in eerste instantie ingegeven door het feit dat ik jetlag heel moeilijk verteer. De afgelopen jaren leerden me dat het vaak tot een maand kon duren voor de laatste restjes van dat uurverschil uit mijn lichaam waren verdwenen. In die optiek bekeken heb ik de goeie keuze gemaakt. Maar, aan de andere kant, vooral toen ik de wedstrijd in Waterloo bekeek zat ik de hele tijd te denken van: daar had ik bij moeten zijn. Die modder, dat geschuif op die technische passages: het leek me heerlijk om dat eens mee te maken. Ik zat voor televisie de hele tijd door geestelijk mee te koersen. Want vergis je niet, ook al hoorde ik het op televisie anders beweren: ik heb in het verleden heus wel goed gepresteerd in die Amerikaanse wedstrijden. Ik won ooit een Wereldbekermanche, stond af en toe op het podium en finishte telkens bij de beste tien.”

Startorde

De startorde in de Polderscross wordt straks bepaald op basis van de Wereldbekerranking, niet langer op de ranking van de UCI. Dus deed Sanne Cant een slechte zaak door niet af te zakken naar de Verenigde Staten. “Ach, zo’n vaart loopt het niet’, klinkt het relativerend. “Ik heb de uitslagen van de koersen in Iowa en Waterloo eens bekeken. Ik denk dat er hoop en al veertien vrouwen die punten gescoord hebben zullen afzakken naar de Europese wedstrijden. Dus vermoed ik dat ik op de tweede startrij terecht zal komen. Geen man overboord, dus.”

Of die Amerikaanse crossen de vaandeldraagster van IKO-Crelan iets wijzer hebben gemaakt met het oog op het verdere verloop van het seizoen? Niet echt, zo blijkt. “Er stonden een hoop nieuwe en verrassende namen in de uitslagen. Rensters die ik dit seizoen niet vaak tegen het lijf zal lopen. Ook de openingswedstrijd in Eeklo leerde me al bij al weinig. Daar deden een hele hoop jonge meisjes het erg goed, maar voor hen blijft het af te wachten of ze die lijn kunnen doortrekken. In het verleden bleek dat wel eens vaker moeilijk. Ceylin del Carmen Alvarado is een mooi voorbeeld. Soms top, op andere momenten dan weer veel minder. Dat is eigen aan jong zijn, denk ik.”

Constante lijn met één piek

Die constante lijn probeert Sanne Cant de komende maanden wel aan te houden. “Ik wil overal goed zijn”, klinkt het. Al is er dit, niet onbelangrijke, verschil met het verleden. “Als ik naar die drie mooie regenboogtruien kijk die in de kast hangen, dan besef ik meer dan ooit dat dat eigenlijk de enige beloning is die echt meetelt. Stel dat ik deze winter 35 crossen win en ik word geen wereldkampioen, dan klinkt het van: ‘Geen slecht seizoen, maar de kroon op het werk ontbrak.’ Dus heb ik voor mezelf beslist dat er periodes zullen komen waarin trainingsblokken belangrijker zullen zijn dan wedstrijden. Als ik een of andere cross zou missen omdat ik het nodig vind op stage te gaan, dan doe ik dat gewoon. Vroeger voelde ik mezelf als wereldkampioen verplicht overal aan de start te verschijnen. Ook al kwam dat af en toe gewoon niet goed uit. Dat is voltooid verleden tijd. Ik ga voor een vierde wereldtitel, meer dan ooit.”